Veiligheid is een belangrijk thema binnen onderwijs, jeugdzorg en welzijn. Maar de manier waarop beleidsmakers de veiligheid van kinderen willen garanderen is niet alleen ineffectief, maar zelfs schadelijk en kent absurde uitwerkingen.

Onlangs was ik te gast bij Jeugdland in Amsterdam. Een prachtige speelplaats waar kinderen uit de buurt hutten bouwen, timmer les krijgen en broodjes bakken in open vuur. Ik sprak daar met een moeder en haar zoon van zeven jaar. ‘Ik heb laatst met een echte zaag mogen zagen, dat mag op school nooit!’, zei de jongen enthousiast. Hij glunderde toen hij vol trots vertelde dat hij volgens de vrijwilligers timmert als een tienjarige. ‘En toen was ik pas zes!’

Volgens zijn moeder wil hij zo vaak mogelijk naar Jeugdland. Zolang het maar niet met de buitenschoolse opvang is, want dan gelden andere regels. Hij mag dan niet bij het water, niet bij de dieren en al helemaal niet in de hutten. Want dan kunnen de leidsters van de naschoolse opvang zijn veiligheid niet garanderen, zo staat in hun protocol. Hoe onbegrijpelijk is deze situatie voor een zevenjarige? Hij komt wekelijks op deze locatie, kent alle vrijwilligers bij naam, en leert er, ontwikkelt zich en bloeit op. Maar zodra hij onder begeleiding van bepaalde volwassenen is, wordt hij er ernstig beperkt in zijn bewegingsvrijheid.

De leidsters valt niets te verwijten. Zij zijn onderdeel van een verantwoordingssysteem en hebben de opdracht om zich aan het protocol te houden. Het zijn de beleidsmakers die deze protocollen ontwikkelen, die schuldig zijn aan deze belemmering van ontwikkelingskansen bij kinderen. Dit zijn beleidsmakers die vooral waarde hechten aan voorspelbaarheid en verantwoordelijkheid. Op deze manier creëren zij een schijnwerkelijkheid, waarin ongelukken altijd te voorkomen zijn. En als er toch iets misgaat? Dan kunnen ze ten minste een schuldige volwassene aanwijzen.

Het grote probleem van dit beleid is dat het helemaal niet bijdraagt aan een grotere veiligheid. De speelplaats blijft hetzelfde, het kind leert niet en vóelt zich ook helemaal niet veiliger. Het levert vooral professionals op die handelen vanuit angst. Angst om verantwoordelijk te worden gehouden als er een ongeluk gebeurt en zich hiervoor indekken door het keurig volgen van protocollen. Kinderen verdienen zoveel meer dan alleen aandacht voor het voorkomen van ongelukken.

Ik zou willen dat beleidsmakers voor ogen houden dat professionals primair de rol hebben om kinderen te steunen, niet te belemmeren. Dat beleidsmakers veiligheid niet reduceren tot het afdekken van verantwoordelijkheid, maar dat zij het plezier en de ontwikkeling van kinderen als uitgangspunt nemen. En dat zij bijdragen aan een toekomst waarin jongetjes van zeven zich, door de aanwezigheid van kinderopvangleidsters, veilig genoeg voelen om nog nét iets meer risico te nemen. Dus, beste beleidsmakers: wie durft?

Merel Steinweg