Onlangs bezocht ik een congres voor e-governance: online communicatie en participatie bij de overheid. Een hele trits aan onderzoekers en ervaringsdeskundigen verhaalde over alles wat met effectieve online interactie te maken had.

Er zijn tig redenen te verzinnen waarom burgers en overheden online communicatie gebruiken. ‘Je moet wel, anders mis je de boot’ is een veelgehoord argument. Of: ‘Willen jonge mensen niet meer voor je werken’ en ‘Neemt de burger je niet meer serieus’. Waar of niet, iedere overheidsinstantie ziet inmiddels wel in dat je online burgers bereikt, samenwerking organiseert en doelgroepen betrekt.

De ontwikkeling van digitale loketten, basisregistraties, zaakgericht werken: geen enkele gemeente tobt er meer in zijn eentje over. Samenwerking begint online in communities en cocreatie levert kennis, ervaring en nieuwe ideeën op. Er kwamen prachtige voorbeelden langs van vertrouwen en strijdlust om dienstverlening te verbeteren en de verbinding met de maatschappij te verstevigen. E-participatie lijkt het nieuwe poldermodel….

Ook ik geloof in het zelforganiserend vermogen van mensen (burgers, medewerkers,..) en in de meerwaarde die dat op kan leveren voor de maatschappij: betere ideeën, snelheid in kennisontwikkeling, grotere transparantie en draagvlak van initiatieven door betrokkenheid en commitment. Dat proberen we bij PLUG natuurlijk ook te realiseren. We brengen verbindingen tot stand tussen mensen en initiatieven die elkaar anders niet zouden vinden om zo maatschappelijke meerwaarde te creëren.

Toch blijft voor mij een belangrijke vraag vaak onbeantwoord: hoe dan? Ik merk in praktijk dat organisaties, experts en adviseurs heel veel willen en ook vaak best veel weten. Maar de verbinding met ‘hoe doe ik dat dan’ wordt niet gemaakt. Ook bij dit congres. Hoe geef ik het in praktijk vorm? Welke mensen en kwaliteiten heb ik dan nodig? Graag had ik van de sprekers gehoord hoe medewerkers van Reclassering Nederland ‘social’ zijn gaan communiceren, en hoe ze die omslag hebben ervaren. Of wat er echt nodig was om Defensie-medewerkers te laten ‘omdenken’. Bij PLUG proberen we het ‘waarom’ juist met het ‘hoe’ te verbinden.

Misschien komt het omdat de ‘hoe’-vraag niet zo sexy is, deze brengt je ineens weer met je beide voeten op de grond. Want ‘hoe’ betekent vaak: geld en capaciteit regelen en het daadwerkelijk gaan organiseren, en doen. Dat valt nog lang niet altijd mee. Het dwingt je kritische vragen te stellen, te leren en vraagt doorzettingsvermogen. En wij? Wij pluggen voort… Een ontdekkingstocht met vallen en opstaan, die ons steeds meer kennis, ervaring en verbindingen oplevert.

Jetske Roetman