Zojuist thuisgekomen van weer een PLUGsessie. Dit keer bij het COC in Amsterdam. Het was een geladen sessie. Uit frustratie besluit ik een afwas weg te werken. Een goed moment voor reflectie.

Het COC is sinds enkele jaren geen eigenaar meer van het pand en de huidige eigenaar wil het pand omvormen tot roze hotel. Aan PLUG de uitnodiging om mee te denken.

In eerdere sessies heeft de vraag over de invulling van het COC-pand zich ontwikkeld naar de vraag over de ‘relevantie’ van het COC. Een lastige en beladen vraag voor de organisatie en ondanks de eerdere sessies lijkt de organisatie deze vraag nog niet eenduidig te kunnen beantwoorden. De gedachten hierover zijn binnen het COC sterk en verdeeld. Tussen droom en daad, staan beren op de weg en emotionele bezwaren.

Maar wil je als organisatie vooruit, dan moet je inspelen op verandering. Ga je je richten op de achterban of de buitenwereld en hoe doe je dat? Met emotionele betrokkenheid of op een kalme en rationele toon? Wat wil je zelf uitdragen en waar is behoefte aan? En dat is pittig met een diverse doelgroep en een politiek onderwerp als homo-emancipatie.

Een van de pluggers komt met de suggestie dat het COC eigenlijk de ANWB is voor de homobeweging. Dit perspectief lijkt de discussie los te trekken. Er wordt meer naar elkaar geluisterd, ondanks dat de gesprekken vaak de persoonlijke kant opschieten. Maar er worden gelukkig ook grappen gemaakt en er komen ideeën boven tafel voor een payoff voor het COC.

De sessie was pittig en mijn afwasreflectie verschuift steeds meer van de opdrachtgever naar mijn eigen rol. Ik kom ook steeds weer uit bij de vraag: In hoeverre doen wij dingen omdat anderen ons nodig hebben of doen we het stiekem ook omdat we het zelf nodig hebben? PLUG is voor mij input geven op de problemen van anderen. Misschien is de les uit deze sessie dat men soms helemaal niet te wachten op antwoorden, maar wil men eigenlijk gewoon gehoord worden. Terugkijkend moet ik misschien eens wat vaker mijn grote mond houden en de ander even het gevoel geven dat er iemand naar hen luistert.

Linda van de Sande