De lente lijkt wel over geslagen, zo zomers was het de afgelopen tijd. Toch is het lente en een fijne ook. Langs de grachten staan de iepen te bloeien alsof het een lieve lust is. Kleine witte blaadjes dwarrelen naar beneden en als het waait laten ze windkolken zien op straat. De Amsterdammer zit weer recht op zijn fiets, flirt alsof het een lieve lust is, lacht, straalt, fluit, de stad bruist! Alles is mooier. De blauwe druif verderop barst zowat uit elkaar. De bomen zijn zo snel groen, de Ginko Biloba ’s in de Vespuccistraat kleuren bijna appeltjes groen zo fel. De Narcissen en Helleborussen zijn alweer klaar en maken ruimte voor nieuwe bloemen. De vogels zingen, de vleermuizen vliegen weer uit bij schemering, de katten in mijn tuin zijn helaas krools. Maar alles is buiten.

Overal is buiten wat te doen. Alsof iedereen ontwaakt uit een winterslaap. Het ene congres na het ander popt op en iedereen wil elkaar weer zien en spreken. Op gekke plekken, want elke locatie moet weer bijzonder zijn of een hoog entertainment gehalte hebben. Ik hou daar wel van…

Elkaar ontmoeten op wat voor manier dan ook, of het nou werk is of privé is ook leuker buiten. Je ziet ze het doen, die Amsterdammers. Het liefst in de zon op straat,met zonnebril, bij een boom, bij een café waar ze fijne koffie hebben of goed koud bier.

Op het congres Over Morgen van de Gemeente Amsterdam over de structuurvisie 2040 was dit exact zo. De locaties waren verspreid over de grachtengordel, bij Felix Metiris, De Rode Hoed, The Holland House (waarom is dit trouwens een Engelse naam??) Ook hier moest men elkaar weer even ontmoeten, op straat, onder de boom, met een lekker drankje. Tussen de locaties voer een bootje waar je op en af kon stappen. Maar ik de laatste tijd ook kom, overal lijkt het wel te gaan over Het Nieuwe Werken… of wellicht ben ik er zo mee bezig….

Ook op het Over Morgen congres over de toekomst van de stad ging het onder andere over Het Nieuwe Werken. In het bijzonder over de invloed op de kantorenwereld en dus ook op de leegstand van de stad. Want hoe moeten we nu met die leegstand omgaan? Wat voor consequenties heeft deze nieuwe vorm van bedrijfsvoering nou op de stad? Als kantoren of nog beter kantooromgevingen andere eisen krijgen, hoe speelt de stad daar dan flexibel op in? Wat is tegenwoordig nog een triple A locatie voor een kantoor? Is dat een bedrijventerrein als Teleport (PLUG zou er graag even 4 weken ervaring op doen) waar je weg waait tussen de hoge gebouwen en je geen knusse plek kan vinden om elkaar te ontmoeten? Is dat een plek als de NDSM waar de gebouwen groot zijn de wind minsten zo hard maar met creatieve plekken voor ontmoeting? Blijft het de grachtengordel of zijn er nog ander plekken?Wat mist er nou op die plekken waar ik me er toch niet helemaal ok voel… De bloei, de bomen, het groen! De triple A locatie voor een kantoor is voor mij niet anders dan een triple A locatie om te wonen. Levendig, divers en groen met veel plekken om te kunnen ontmoeten.

PLUG gaat wel opzoek naar die triple A locaties maar wil juist ook nieuwe plekken ontdekken. Sommige plekken moeten wellicht herontdekt worden. Wie weet is de uitbreidingswijk of Vinex wijk die we in de Ruimtelijk Ordeningswereld allemaal afkraken wel de beste plek om kantoren te starten. Dan krijgen we wellicht de diversiteit, levendigheid en bloei waar een stad naar moeten streven.

Femke Haccou